13 Sjewat 5779 | 18 januari 2019
Parasja
Bereesjiet/ Genesis     Sjemot/ Exodus     Wajjikra/ Leviticus     Bamidbar/ Numeri     Dewariem/ Deuteronomium     Combinaties     Feestdagen     
Parasja / Besjalach / Inzicht Overzicht | Inzicht | Haftara | Commentaar
Sjemot/ Exodus 13:17-17:16 | door: Rav Eliezer Chrysler

Levensonderhoud en Geloof
Wanneer wij bedenken dat Hasjem de hele wereld schiep met niet meer dan tien uitspraken, is het nauwelijks te accepteren dat er iets moeilijk voor Hem is. Wat bedoelen Chazal dan wanneer zij zeggen (Pesachiem 118a): „Het levensonderhoud van een mens is net zo moeilijk als de splitsing van de Rietzee"?

De Ma'asee Lamelech, die de Chafeets Chaïm citeert, verklaart het als volgt: „De analogie tussen het oversteken van de Rietzee en het levensonderhoud van een mens heeft betrekking op het beginstadium, waarbij iemand persoonlijk betrokken is. De Tora verplicht een mens zich in te spannen voor zijn levensonderhoud: „En Hij zal je zegenen bij al je inspanningen." En dat was precies het geval bij de splitsing van de Rietzee, waar Hasjem tegen Mosjé zei: „Zeg tegen de Bnei Jisraël dat zij optrekken."

Pas toen het volk zover als het kon de zee was in gegaan, splitse de zee zich, want zo is de methode van G-d wanneer Hij wonderen verricht: het wonder gebeurt pas nadat de mens alles gedaan heeft wat in zijn vermogen ligt om zijn doel te bereiken op een natuurlijke manier - en zo is het ook met het wonder van de parnose [levensonderhoud].
Uiteindelijk is het G-d die daarin voorziet. Dat is niet moeilijk. Het is de aanvankelijke actie van de mens die moeilijk is. Bij de splitsing van de Rietzee was een enorme  inspanning vereist van de kant van Israël om in de woelige zee te springen. En wanneer het gaat om de parnose van een mens, wordt niet minder inspanning gevraagd van die mens, om de juiste baan te vinden en zich op het werk te werpen, zonder zeker te weten waar zijn inkomen vandaan zal komen en zonder enige concrete garantie dat er zelfs een inkomen zal zijn.
De Ma'asee Lemelech citeert de Chafeets Chaïm ook over geloof en vertrouwen. Hij illustreert de passoek „Werp je last op Hasjem en Hij zal je voeden" (Tehilliem/Ps. 55) met een parabel:

Een arme reiziger sjouwde eens een zware zak van 33 kg., toen een rijke man in zijn wagen langskwam en stopte en hem aanbod de zware zak te vervoeren. De arme man aanvaardde het aanbod dankbaar, maar voordat hij de zak in de wagen legde, nam hij 3 kg. uit de zak en deed dat in een kleinere zak, die hij weer over zijn schouder gooide.
Wat doe je?" vroeg de rijke man verbaasd. „Denk je nu werkelijk dat als ik 30 kg. kan vervoeren, ik niet die drie kg. kan meenemen? Gooi de hele boel in de wagen en ik vervoer het voor je!" En zo gaat het ook met de parnose van een mens, zegt de Chafeets Chaïm. Vraag een pasgetrouwde jongeman van 20 jaar hoeveel zijn schoonvader hem gegeven heeft om in een zaak te investeren (zoals dat in die tijd gewoonte was) en hij zal je antwoorden: „Zoveel en, Baroech Hasjem, ik zal mijn familie daarmee gedurende drie of vier jaar kunnen onderhouden, zelfs als, wat G-d verhoede, de zaken slecht gaan." En wanneer je hem verder vraagt wat hij de overige 46 jaar van zijn leven gaat doen, dan zal hij je antwoorden dat hij vertrouwen heeft in Hasjem, dat Hij hem zal helpen om werk te vinden om zich te onderhouden.
Nou, hoe komt het, vraagt de Chafeets Chaïm, dat voor de jaren in de toekomst, wanneer de jongeman niets heeft, hij vertrouwt op Hasjem, terwijl, wanneer hij praat over de drie of vier komende jaren, waarvoor hij geld heeft, hij vertrouwt op zijn geld en het heeft over „zelfs als, wat G-d verhoede, de zaken slecht gaan"? Wat is er met zijn geloof gebeurd in die eerste jaren? De G-d die hem later een inkomstenbron zal verzorgen als hij geen geld heeft, zal hem toch zeker wel een goede investering voor hem vinden nu hij wel geld heeft?

Dat is het wat David haMelech bedoelde toen hij schreef: „Gooi je last op Hasjem" - de hele last, niet alleen maar een deel ervan! Wanneer Hij 30 kg. kan vervoeren, kan Hij de resterende drie kg. ook meenemen.
En misschien is dat nu precies wat Chazal ons proberen te vertellen, wanneer zij parnose vergelijken met het oversteken van de Rietzee. Het kan best zijn dat Bnei Jisraël hun aandeel meespeelden door in de zee te springen. Maar niemand was dwaas genoeg om te geloven dat zij daarmee de zee konden splijten. Iedere Jood begreep dat uiteindelijk, ondanks al hun inspanning, het Hasjem was die het wonder verrichtte. Zo is het ook men iemands parnasa: hij moet zich realiseren dat ondanks al zijn harde werken en ondanks de sterke illusies van succes dat door hard werken bereikt kunnen worden, het wonder van de parnasa uiteindelijk het werk van G-d is.

Bron: Joods Leven

 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.