13 Sjewat 5779 | 18 januari 2019
Parasja
Bereesjiet/ Genesis     Sjemot/ Exodus     Wajjikra/ Leviticus     Bamidbar/ Numeri     Dewariem/ Deuteronomium     Combinaties     Feestdagen     
Parasja / Besjalach / Haftara Overzicht | Inzicht | Haftara | Commentaar
Sjoftiem /Rechteren 4:4-5:31

Samenvatting
De Israëlieten hebben gezondigd en worden verslagen door de Kena'anieten. De profetes Devora wordt de leidster van het Joodse Volk. Zij zendt Barak een profetische boodschap dat hij oorlog moet voeren tegen de vijand. De vijand wordt verslagen. Jaël doodt generaal Sisera. De Israëlieten verslaan Koning Javin. Het Lied van Devora. De wonderen van de oorlog, Meroz wordt vervloekt en Jael gezegend.

Verband met de Parasja van de Week
Parasjat Besjalach
bevat het Lied van de Zee dat Mosjé en de Israëlieten zongen bij de Jam Soef, - de Rietzee, nadat de Bnei Jisraël - de Israëlieten gered waren door Hasjem van het Egyptische leger. De Haftara bevat ook een lied. Het werd gezongen door Devora nadat de Joden het Kena'anitische juk hadden afgeschut.

Een nadere kijk levert nog een aantal paralellen op:

  • De Tora zegt dat Hasjem de „Egyptenaren in grote verwarring bracht" (Sjemot 14:24). Zo ook in de Haftara: „Hasjem bracht Sisera en al zijn wagens en heel zijn legerkamp in verwarring" (Sjoftiem 4:15).
  • In de parasja worden de Egyptenaren gestraft met vuur en water. Een hemelse vuurzuil verhitte de zeebedding, terwijl zij in de Jam Soef verdronken. In de Haftara wordt de Kena'anitische wapenuitrusting verhit door de sterren en zij verdrinken in de beek Kisjon.
  • In de parasja lezen wij: „Niet (meer dan) één van hen bleef er over" Dit dubbelzinnig vers, dat op twee manieren gelezen kan worden: „Niet één van hen bleef over" of „Slechts één van hen bleef over" [er staat letterlijk: „niet bleef over van hen tot één"], impliceert dat Par'o het  alleen overleefde. De Haftara gebruikt een identieke uitdrukking: „Er bleeft niet tot één over" Hier betekent het duidelijk dat er één overbleef, want Generaal Sisera ontsnapte. Daaruit leidt men af dat ook Par'o ontsnapte.
  • Volgens onze geleerden sleepte de Kisjon-beek de dode lichamen van Sisera's soldaten naar de Jam Soef. Waarom? De Jam Soef was „beroofd van zijn buit" in de tijd van Par'o, want Hasjem had bevolen dat het de lichamen van de Egyptische soldaten, die de zee had „buitgemaakt" op het strand zou gooien, opdat de Israëlieten de lichamen zouden kunnen zien. Hasjem compenseerde nu de Jam Soef met de lichamen van de dode Kena'anitische soldaten (Pesachiem 118b).
  • Het lijkt erop dat er een verband bestond tussen Par'o en Sisera. Beiden zeiden tegen hun onderdanen dat er geen Rechter is die straft. Hasjem bewoog hemel en aarde om het tegendeel te bewijzen. Hij vernietigde op wonderbaarlijke wijze hun legers, de bron van hun trots en macht, waarna zij alleen overleefden, waarbij zij de waarheid onder ogen moesten komen. Kwamen zij werkelijk tot inkeer? Volgens sommigen deed Par'o tesjoewa - had hij berouw. En zoals wij zien in de Haftara, was er ook een vonk van tesjoewa bij Sisera, met als resultaat dat zijn nakomelingen zich tot het Jodendom bekeerden [Volgens de Klie Jakar].

Het eind van de parasja beschijft de oorlog tegen Amalek. Devora zinspeelt in haar lied op die strijd (Sjoftiem 5:14).

Bron: Joods Leven

 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.