18 Aw 5779 | 19 augustus 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Sefirat Ha'Omer, een dag te laat?
Publicatiedatum: zondag 02 april 2006 Auteur: Rabbijn Nathan Lopes Cardozo | 1.282 keer gelezen
Omer tellen »

Zoals door talloze commentatoren verklaard werd, dient het Bijbelse gebod (Wajjikra 23:15) om 49 dagen te tellen tussen Pesach en Sjawoe'ot, om de mensen aan te moedigen deze tijd te gebruiken om rekenschap over zichzelf af te leggen en aan introspectie te doen. De Exodus uit Egypte, het begin van de eerste ontmoe¬ting van onze voorvaderen met vrijheid en de culminatie daarvan in Matan Tora [het Geven van Tora], de wet van morele vrijheid op Sinaï, moet in onze persoonlijkheid in gegrift staan, om zo te inspireren tot een voortdurende verheffing van onszelf. Het doel van de periode tussen deze twee feesten is daarom om deze sublieme momenten her te beleven om dezelfde verheffing te ondergaan als ruim 3300 jaar geleden.

Het is een grote tragedie wanneer Joden beginnen te geloven dat deze feesten alleen gegeven zijn om te gedenken. In plaats daarvan zouden deze feesten gebruikt moeten worden om zich te realiseren dat het doel niet is om te acteren, maar bovenal om te transformeren.

Niets is gevaarlijker voor de mens dan spiritueel stil te staan. Het is om deze reden dat men 49 dagen van de omer moet tellen. Om ons voor te bereiden op de komende viering op Sjawoe'ot van Matan Tora, worden wij gevraagd een ladder met 49 sporten te besteigen, zodat wij iedere dag een andere dimensie aan onze ziel zullen toevoegen. De commentatoren zijn daarom verbaasd dat de telling van de omer pas op de tweede dag van Pesach begint en niet op de eerste dag. Wanneer het doel van de telling inderdaad is om de hele periode tussen Pesach en Sjawoe'ot weer op te voeren, waarom beginnen wij dan niet op dezelfde dag als waarop de Exodus plaatsvond, hetgeen ook de eerste dag was waarop de Joden hun reis naar morele vrijheid begonnen? Waar¬om beginnen we pas op de tweede dag te tellen, wanneer deze periode van transformatie [van slaven naar vrije mensen die de ontvangst van Tora waardig waren] reeds een dag eerder begon?

Wanneer wij de omstandigheden van de Joden op de dag van de daadwerkelijke Uittocht (de eerste dag van Pesach) zorgvuldig bekijken, dan merken wij een vreemd fenomeen op. Het is de verbazingwekkende passiviteit van de Joden die opvalt. Er is geen enkele activiteit en geen enkel initiatief. De Joden werden bevolen in hun huizen te blijven, en eenvoudig af te wachten tot Mosjé hun het startsein gaf om Egypte te verlaten. Er zijn geen geplande confrontaties met de Egyptenaren, geen redevoeringen of nationale opleving, geen demonstraties, maar slechts stilte, absolute rust en een geest van innerlijk afwachten. Pas wanneer Mosjé de Joden oproept om te vertrekken, komen zij in beweging, en nederig verlaten de Joden Egypte.

Wat in toenemende mate duidelijk wordt, is dat het alleen G-d is die op deze dag actief is. Er is geen menselijk initiatief. Het is alleen G-d die hen uit Egypte voert en Hij is het die hen de weg wijst. Er kan geen misverstand bestaan over wie hier de leiding had. Het is de dag van G-ds onmeetbare kracht. Terwijl de mens volslagen passief blijft, is het G-d die „de show steelt" en blijk geeft van Zijn absolute soevereiniteit. Het enige wat de mens gevraagd wordt om te doen, is als een slaaf zijn meester te volgen. G-ds bescherming is ondoordringbaar.

Maar wanneer zij eenmaal de grenzen van Egypte achter zich gelaten hebben, zien wij ineens een radicale verandering. Plotseling ontwaken de Israëlieten uit de hen opgelegde passiviteit en realiseren zij zich dat zij zich moeten voorbereiden op een lange reis door de woestijn. Nu moeten zij moed en volharding tonen. De eerdere G-ddelijke bescherming is niet meer waterdicht. Nog maar enkele dagen onderweg, moeten de Israëlieten leren dat de Farao en zijn leger naderen met de bedoeling om wraak te nemen. Hij wil de Joden terug en zo nodig zal hij daartoe alle middelen te baat nemen, die hem ter beschikking staan. Waarom, zo moeten de Israëlieten zich in verwondering hebben afgevraagd, zorgt G-d er niet voor dat Farao thuis blijft? Gisteren hield hij zich stil; hij deed zelfs geen enkele poging om hun vertrek tegen te houden! Zij vragen Mosjé zelfs waarom zij in de woestijn moeten sterven (Sjemot 14:11). Het leek zo geweldig, die eerste dag van de Exodus! Overal werd voor gezorgd. G-ds bescherming was compleet en zonder enig mankeren. Waarom wordt deze comfortabele situatie dan niet gecontinueerd?

Inderdaad, op deze tweede dag is het niet langer G-d die aan de touwtjes trekt. Het is alsof G-d besloten heeft zich wat op de achtergrond te houden en dat de mens meer actief moet worden. Pas na een heleboel klagen en hartstochtelijke gebeden is Hij bereid om zich ermee te gaan bemoeien en geeft Hij hen een minimum aan bescherming en besluit Hij de Rietzee voor hen te splijten. Had G-d de zee niet iets eerder kunnen splijten en de Joden daarmee onnodige angst kunnen besparen?! Waarom werd de situatie van de vorige dag niet voortgezet, toen alles onder controle was en er bijna een Messiaanse toestand heerste?

Het is duidelijk: het is de mens die zijn eigen verantwoordelijkheid moet dragen. De optie om in je eigen leunstoel te zitten en passief op G-d en Zijn goedertierenheid te vertrouwen, bestaat niet. De mens is op de wereld gebracht om morele actie te ondernemen, om spiritueel te groeien en om zijn waardigheid te verhogen door middel van ontberingen en strijd. Het is de woestijn die functioneert als de school waar de Joden leren hoe zij een licht voor de volken en een moreel voorbeeld kunnen worden. Dat is het doel van het leven en dat is de voorwaarde ervan.

Maar waarom dan schiep Hij eerst een dag die paradijselijk leek, alleen om hen de volgende dag te laten vallen in de zorgen en gevoelens van onzekerheid? Omdat zonder de wetenschap en de ervaring dat G-d de uiteindelijke kracht is, hun verplichting om moreel verantwoordelijk te zijn, op drijfzand berust. Waarom zou men zich moreel gedragen als er geen onwankelbare fundering is waar die moraal van afhankelijk is? De mens moet eerst leren dat er een doel bestaat voor zijn strijd om moreel gedrag, niet alleen maar een utilitair, maar boven al een existentiële. Hij moet er eerst van overtuigd worden dat er meer is in het leven dan wat het oog kan zien. Eerst moet het duidelijk worden dat het G-d en G-d alleen is, Die de uiteindelijke bron van alle dingen is. Op zulk een moment moet een mens vol ontzag staan, overweldigd door de Grootheid van G ds oneindige kracht. Daartoe moet de mens volledige krachteloos worden, voordat hij in staat is om actie te ondernemen en verantwoordelijk te worden. Daarom begon de werkelijke strijd om de morele vrijheid pas de dag na de Uittocht uit Egypte. De eerste dag was een gegeven. Het was de dag van G-d en niet van de mens. Het was de dag van passiviteit en volledige overgave. Pas de volgende dag begon de spirituele arbeid van de mens. Bijgevolg is dat de eerste dag van zijn spirituele verheffing.

Het is om deze reden dat wij door alle generaties heen, moeten leren wat de G-ddelijke kracht is en wat het is wat wij op de eerste dag van Pesach vieren, met name als wij de Hagada lezen. Pas nadat wij volledig overweldigd zijn door G-ds absolute almacht en een dag hebben doorgebracht in overpeinzing en ontzag, zijn wij in staat om de volgende dag moreel in actie te komen.

Dit, zo geloven wij, is de reden waarom het tellen van de omer pas op de tweede dag begint. De eerste dag telt niet mee.

Bron (met toestemming):
Joods Leven

Copyright © 2006 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.