13 Adar 5779 | 20 maart 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Tehilliem/Psalmen 25
Publicatiedatum: woensdag 09 januari 2019 Auteur: redactie | 202 keer gelezen
Redactie, Geloof en vertrouwen in Hasjem, Lijden, Tehilliem/Psalmen »

Tehilliem 25 is de eerste Tehilliem dat volgens de seder, volgorde, van het Alef-Beet gaat. Dit gaat volgens de eerste letter van iedere pasoek, vers. Dus vers 1 staat voor de letter Alef, enzovoorts.

Omdat het Hebreeuws 22 letters kent, heeft die Tehilliem, die tevens een introductie is van Tehiliem 26, 22 psoekiem. Radak leert – naast dit een bewijs is dat Tehilliem geïnspireerd is door de Roeach Hakodesj – dat de seder aangeeft hoe belangrijk deze Tehilliem is. Want het Alef-Beet is de basis en de essentie van ons bestaan, zo ook is deze Tehilliem een fundamenteel draaiboek van het leven.

Echter er verschijnt 3 maal een uitzondering in deze seder. De opeenvolging van het Alef-Beet, mist deze Tehilliem de letters koef, waw en beet. Maar liefst 2 psoekiem beginnen met de letter reesj. Sommige geleerden menen dat de bet van het woordje becha en de waw van welamdenie in pasoek 5 als openingsletters van deze psoekiem worden beschouwd.

Wat ook niet onbelangrijk is om te melden, is dat deze Tehilliem en smeekbede is van Dawied Hamelech aan Hasjem voor G'ddelijke bijstand voor de worsteling om op de Mesielat JisjariemPad der Rechtvaardigen – te blijven. In Tehilliem 26 zullen we ontdekken hoe je je daarin kunt bekwamen om op dat pad te blijven.

“Nafsjie 'esa'... ik verhef mijn ziel...” [pasoek 1]. Dit kunnen we alleen behalen door tijdens het dawnen, bidden, ons geheel op Hasjem te concentreren [Rasji]. Rabbi Vidal Hatzorfati leert in het werk Otznar Nechmad dat deze 2 woordjes een verband leggen tussen deze Tehilliem en Tehilliem 24:4, waarin staat “nasa' lasjaw' nafsjie... niet tevergeefs heeft gezworen bij Mijn ziel...” en nu verhef ik mijn ziel naar Jou!

Emoena
“Eloqaj becha vatachtie...Mijn G'd, in Jou leg ik mijn vertrouwen...”
[pasoek 2]. Wie zijn vertrouwen legt in Hasjem zal alleen al om die vertrouwen bespaard worden voor ellende. Ook al is hij het niet waard om onderdeel te zijn van Hasjems huishouding. “'Al 'evosjah... laat mij niet beschaamd worden...”, want ik heb al mijn vertrouwen in Jou alleen gelegd.

Derech Hasjem
Drachecha Hasjem Hodie'enie... maak aan mij Jouw wegen bekend, Hasjem...” [pasoek 4]. Het woordje derech, weg, refereert ook naar iemands handelen. De Geleerden moedigen ons vaak aan om ons te conformeren aan de wegen van Hasjem, dus aan Zijn handelen. “Wees net zo barmhartig zoals Hasjem, wees net zo vriendelijk als Hasjem” [Shabbot 133b]. Dit is het pad waar Dawied Hamelech naarstig opzoek was.
“'Orchotecha lamdenie...Leer mij Jouw paden...” Een 'orach is een nauw paadje die een zijpad is van de hoofdweg, derech. Dit is het individuele pad en geen openbare weg. Hoewel Hasjem over het algemeen ons barmhartig behandelt, zijn er momenten dat Hij van dit weg bij sommige individuelen moet 'afdwalen' die een speciale benadering van Hem nodig hebben. Denk aan wanneer Hasjem wreed moet handelen bij slechteriken. In deze pasoek vraagt Dawied Hamelech deze uitzonderingen van de regel te begrijpen, maar de regel zelf eveneens.

“Welamdenie... leer mij...” [pasoek 5], laat mij in deze gewenning – Jouw geleidelijke training - groeien, zodat ik voor bereid bent op de uiteindelijke openbaring van de waarheid [Radak]. Midrash Tanchuma [Ki Tavo 4] leert dat de Torah eigenlijk niet in deze wereld aan Israël gegeven had moeten worden Maar omdat zij voorbestemd zijn het te leren [goed en met begrip] in Olam Haba direct van Hasjem Zelf, moeten zij de portie Torah wel herkennen die Hasjem hen zal onderwijzen. Daarom is het al op Sinaj aan ons gegeven.

Kie me'olam hemah.. want zij [barmhartigheid en vriendelijkheid] zijn vanaf het begin van de wereld...” [pasoek 6]. Hasjem heeft de wereld geschapen om goed te zijn voor de mensheid. Zoals er staat geschreven: “'olam chesed jibaneh... de wereld is in vriendelijkheid geschapen...” [89:3]. Daarom moet je die vriendelijkheid altijd in gedachte houden.

Chat'ot ne'oeraj oefsjaj... de zonden uit mijn jeugd en mijn rebellie...” [pasoek 7]. Wanneer een jongetje op zijn 13e bar mitswah wordt, is hij volgens het aardse Beet Din aansprakelijk. Echter pas op zijn 20e is hij aansprakelijk voor het Hemelse Beet Din [Shabbat 89b]. Het Hemelse Beet Din straft niet voor de 20e leeftijd, zelfs niet als het om intentionele zonden gaat, omdat je tot je 20e intellectueel nog onvolwassen en onstabiel bent. Deze zonden worden chat'ot ne'oeraj – de zonden uit mijn jeugd – genoemd [niet intentionele zonden]. Echter vanaf de 20 wordt jouw intellect als volwassen beschouwd en ben je instaat werkelijke begrip van je daden te hebben. Deze zonden heten sjaj... rebellie, omdat het met opzet wordt beschouwd. Dawied Hamelech vraagt voor de beide soorten zonde vergeving [Radak].
Lema'an toevecha Hasjem... Omwille van Jouw goedheid, Hasjem...”. Want Jij bent de Bron van van genade en een Springader van het goede. Het past bij Jou om zo te handelen [Ibn Ezra].Volgens de Midrash Shocher Tov is Jouw goedheid... toevecha... een verwijzing naar de beloningen in Olam Haba: “Hoe groot is Jouw goedheid die Jij hebt verborgen voor degene die ontzag voor Jou hebben" [31:20]. Wanneer Hasjem rebellie van de mensheid niet zou vergeven, dan zou niemand zonder kleerscheuren van Zijn goedheid kunnen genieten die Hij heeft voorbereid.

1   |   2      »      
Copyright © 2019 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.